← Resultaten AFVALVERBRANDING · Q2 2026

Rookgasreiniging

De NOₓ-correctieregelaar op een rookgasreinigingslijn werkte binnen de emissiemarges, maar reageerde te scherp op kleine afwijkingen. De ammoniakdosering stond voortdurend bij te sturen. Na hertuning daalde het ammoniaverbruik en komt de NOₓ-uitstoot minder vaak boven setpoint uit.

AMMONIAKDOSERING 41,4 L/h ▼ 22% · minder NH₃-verbruik
VARIABILITEIT (σ) 14,7 L/h ▼ 26% · rustiger dosering
OVERSHOOTFRACTIE 50 % ▼ 20% · pieken kleiner
REGELAARWISSELINGEN 17,5 /uur ▼ 37% · minder pendelen

60 minuten productie · vóór en na de hertuning van de NOx-correctieregelaar — NOx-meting en ammoniakdosering naast elkaar

Uitgangssituatie

De NOₓ-correctieregelaar op de SCR-installatie deed technisch wat hij moest doen — de emissies bleven binnen de norm. Maar in de praktijk reageerde de regelaar te agressief op kleine afwijkingen. De uitsturing zat continu te corrigeren, waardoor de ammoniakdosering schommelde tussen ongeveer 20 en 75 L/h, vaak meerdere keren per minuut. Dat leidde tot wisselende belasting van de katalysator en een hoger ammoniaverbruik dan strikt nodig.

In de trenddata van vóór de aanpassingen is dit goed te zien: het proces komt nergens echt tot rust.

Trend van 60 minuten vóór de aanpassingen — NOx fluctueert ±10 mg/Nm³ rond setpoint terwijl de ammoniakdosering tussen 20 en 75 L/h heen en weer schiet

Wat we gedaan hebben

We hebben de bestaande trenddata gebruikt om de werkelijke procesdynamiek in kaart te brengen — de traagheid van het rookgasproces, de meetvertraging op de NOₓ-analyse en de gevoeligheid van het proces voor wijzigingen in de dosering. Op basis daarvan zijn de regelparameters herberekend, niet op gevoel, maar passend bij wat het proces fysiek aankan.

De kern van de aanpassing zit in een rustiger regelgedrag dat aansluit bij de natuurlijke traagheid van het systeem: de regelaar reageert minder gehaast op kleine meetafwijkingen, maar blijft alert wanneer de NOₓ-waarde echt beweegt. Daarnaast zijn de begrenzingen op de uitsturing opnieuw beoordeeld, zodat de dosering geleidelijker verloopt zonder dat de regelaar inboet aan responsiviteit.

Het hele traject — analyse, berekening en implementatie — is uitgevoerd op basis van de bestaande procesdata. Er is geen extra meetapparatuur geplaatst en de productie hoefde er niet voor stil.

Resultaat

Met de nieuwe afstemming volgt de dosering het proces in plaats van het op te jagen. De NOₓ-waarde blijft dichter bij setpoint, de ammoniakdosering loopt vloeiend op en af, en de SCR-katalysator wordt constanter belast.

Trend van 60 minuten na de aanpassingen — NOx blijft binnen smalle band rond setpoint, dosering verloopt vloeiend

De cijfers in de tabel hierboven komen rechtstreeks uit de trenddata van vóór (maart–april 2025) en na (april 2026) de aanpassing. De gemiddelde ammoniakdosering is met 22% gedaald — direct zichtbaar verbruik en directe kostenbesparing. De variabiliteit van de dosering ging 26% omlaag: het proces komt eindelijk tot rust. Het aantal regelaarwisselingen — een directe maat voor hoe vaak de uitsturing van richting verandert — is met 37% afgenomen.

De overshootfractie — het aandeel van de tijd dat de NOₓ-waarde boven setpoint zit — daalde met 20%. Dat is een directe indicatie dat de regelaar niet alleen rustiger werkt, maar het proces ook strakker rond setpoint houdt.

Wat dit in de praktijk betekent

Een rustigere dosering vertaalt zich naar drie concrete voordelen voor het bedrijf:

  • Lager NH₃-verbruik. 22% minder ammoniagebruik bij vergelijkbare productie is een directe kostenbesparing die elke draaiuur doortikt.
  • Stabielere katalysator. Minder wisselende belasting betekent een langere, beter voorspelbare levensduur van de SCR-katalysator.
  • Meer ruimte tot de norm. Met een strakkere regeling blijft de uitstoot dichter bij setpoint, met minder kans op pieken — wat operationeel meer marge geeft.

Setpoint verschilt tussen beide periodes (30 mg/Nm³ in 2025, 40 mg/Nm³ in 2026). De flowreductie, variabiliteit, regelaarwisselingen en overshootfractie zijn schaal-onafhankelijke maten en daarmee direct vergelijkbaar — ze beschrijven het regelgedrag, niet het werkpunt.